Over het Skûtsje
Eigenaar: Lolle Schakel
Schipper: Wietse Bandstra uit Stavoren
Domicilie: Parrega
Bouwjaar: 1910
Werf: Barkmeijer, Briltil
Tonnage: 49
Lengte over stevens: 20,62
Breedte: 3,65
Diepgang: 0,35
Bron: skûtsjehistorie.nl
Skûtsje de Yde heeft een rijke historie.
Vroeger heeft ze de namen Elisabeth Z gedragen toen Ale Zwerver (oud-schipper van Lemmer) schipper was. Eus Nieuwenhuis heeft in de A-klasse van de IFKS meegezeild met het schip onder de naam Grote Beer.
Lolle heeft het schip van Eus gekocht om betere prestaties te halen dan met zijn vorige schip “de Liefde” (nu Abbegeaster skûtsje). Lolle heeft het schip toen ook omgedoopt tot “de Yde”, naar zijn zoon en vader (één van de eerste bestuursleden en oud-schipper van de IFKS).
In 2011 heeft Wietse Bandstra het helmhout overgenomen met een grotendeels nieuwe bemanning, maar op de sleutelposities oude bemanning van Lolle en Lolle zelf als adviseur op het achterdek naast Wietse. Wietse is voor dat hij schipper werd onder andere bemanningslid geweest op Drachten (SKS), Lytse Lies, Ut en Thus, De Yde, de Lonneke en de Singelier. Op zijn neef Jilles van de Lonneke na is hij de jongste schipper van de IFKS vloot.
De Yde is het langste schip van de IFKS vloot. Vroeger waren er geen beperkingen wat betreft lengte en breedte. Destijds is besloten om het breedste en langste schip als bandbreedte te gebuiken. Qua lengte was dit “De Yde”. Een lange lengte heeft voor en nadelen bij de IFKS, aan de ene kant zorgt de lengte van de waterlijn voor een hogere maximale snelheid (rompsnelheid) en aan de andere kant is er bij de tuiglimitering een factor opgenomen die ongunstiger wordt naar mate het schip langer wordt.
Ieder jaar als het ijs uit de sloten verdwenen is begint de bemanning aan het onderhoud van het schip. Het houtwerk wordt gelakt, het zeil wordt aangeslagen er wordt geverfd en soms worden er aanpassingen gedaan om de zeilprestaties te verbeteren, zoals het verlengen van een opsteker of een andere (lichtere) lier installeren.