Skûtsjesilen

Oorsprong:

De eerste skûtsjes, rond 1870 waren van hout. Rond 1900 werden skutsjes van staal gemaakt tot de schepen waar we nu nog mee varen. Karakteristiek aan een skutsje is dat het schip erg ondiep steekt, waardoor het bijna overal in Friesland kon komen. Destijds was het water de snelweg van nu. De lading die skutsjes meenamen kon bestaan uit bijvoorbeeld turf, graan, aardappelen of mest. Onderling hadden de schippers vaak strijd wie het eerst bij een boer was en het snelst de lading gelost had. In die sfeer van vroeger zeilen we nu ook. In de jaren 30 kwamen er steeds meer bruggen en motoren in schepen waardoor de skûtsjes langzaam van het toneel verdwenen. Skûtsjes zijn tjalkachtige schepen, maar iets slanker en platter gebouwd. Er is niet één schip gelijk en alle karakteristieken hebben voor en nadelen bij verschillende weertypes. 

SKS:

In 1945 is de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (SKS) opgericht om de schepen te behouden door er wedstrijden mee te varen. Ze zeilen 11 wedstrijden in 2 weken in onder andere Grou, Stavoren en Sneek. Aan de SKS mogen maar 14 schepen meedoen. De meeste schepen zijn in de handen van commissies die een schipper aanstellen.

IFKS: 

De SKS had aangegeven dat 14 schepen het maximum moest zijn op de nauwe wateren van Grou, de Veenhoop en Eernewoude. Onder leiding van Gerrit Roosjen is daarom op 1981 in café de Fûke in Hindeloopen de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (IFKS) opgericht. De IFKS is opgericht als een Iepen (open) vereniging. Dit houdt in dat iedereen die een door de IFKS goedgekeurd schip heeft, onder de voorwaarden van de IFKS lid mag worden en mee kan doen met de wedstrijden, die door de vereniging zelf worden georganiseerd. 

 In het begin was er nog geen gestructureerde organisatie zoals die momenteel geldt binnen de IFKS. Veel ging indertijd anders maar wat niet veranderd is, is het ongekende enthousiasme waarmee de wedstrijden georganiseerd en gezeild worden en de liefde voor de skûtsjes. De IFKS voelt een grote verantwoordelijkheid om dit typisch Fries cultureel erfgoed ook voor het nageslacht te bewaren. Dat dit breed gedragen wordt, blijkt wel uit het feit dat de vereniging inmiddels ruim 600 leden telt en het deelnemersveld tijdens de kampioenschapweek al jaren uit meer dan 60 schepen bestaat. Op dit moment heeft de IFKS zich uitgebreid tot vier klassen, namelijk de A, B, C en de kleine a voor schepen onder de lengte van 17,5 meter. Door het promotie/degradatie systeem wordt is de wedstrijd zowel spannend in de voorhoede als in de achterhoede. De kampioen van de A-klasse is de beste van alle klassen en kan zich een jaar lang ‘wereldkampioen’ skûtsjesilen noemen.

Er wordt flink geïnvesteerd in kwaliteit, binnen alle geledingen van de vereniging. Die kwaliteitsslag is in lijn met de ontwikkeling binnen de vloot. Op één dag 4 klassen laten varen is geen sinecure. De schepen zijn in de loop der jaren steeds beter uitgerust (vroeger zeilde men nog met katoenen zeilen en nu met dacron) en het niveau van de schippers als wedstrijdzeilers is steeds hoger geworden. Het gevolg daarvan is dat er hogere eisen gesteld worden aan de wedstrijdorganisatie, ook omdat de belangen van de schippers en hun schepen blijven groeien.